Meknes (Arabisch: مكناس) is een stad in het midden van Marokko en is de hoofdstad van de gelijknamige prefectuur Meknès, in de regio Meknès-Tafilalet. De stad heeft 536.232 inwoners (2004).

De stad is gelegen op een vlakte niet ver van het Atlasgebergte en de stad Fes. Het is één van de vier koningssteden van Marokko, samen met Fez, Marrakesh en Rabat.

De stad begon als een nederzetting om een kasbah (of fort) heen in de achtste eeuw.

Onder de sultan Moulay Idriss van Alawiden werd Meknes de hoofdstad van dat rijk van 1675 tot 1728. Moulay Idriss is ook de naam van een klein plaatsje, ten noorden van Meknes, waar de sultan ligt begraven.

De stad is nog steeds omringd met stadswallen. Vanwege haar schoonheid wordt de stad ook wel het Versailles van Marokko genoemd.

Door UNESCO werd de stad in 1996 tot werelderfgoed verklaard.

 

 


Marokko is net als Nederland een koninkrijk. Koning Hassan de Tweede regeert al sinds 1961 over het land. In de hoofdstad Rabat staat zijn prachtige paleis. Marokko  heeft nog niet zo lang een koning.  Sultan Mohammed benoemde zichzelf tot koning Mohammed de Vijfde. Na zijn overlijden volgde zijn zoon Hassan hem op. 


 

Marokko heeft een afwisselend landschap.Een smalle strook land aan de Middellandse Zee is vlak.Onmiddellijk daarachter liggen de hoge pieken van het Rifgebergte. Aan de Atlantische Oceaan ligt een laagvlakte. Dat is vlak land dat iets boven de zeespiegel ligt. Het is een belangrijk landbouwgebied met vruchtbare grond. Er worden graan, gerst olijven, sinaasappels, grapefruits, tomaten en groenten verbouwd. Veel vruchten zijn bestemd voor de export. Vooral sinaasappels worden naar het buitenland verkocht. 

Achter het Atlasgebergte ligt een uitgestrekte steenwoestijn met rotsen, grind en zandheuvels. Er groeien alleen planten die weinig water nodig hebben,zoals vetplanten en doornstruiken. In de Marokkaanse woestijn komen dikke lagen fosfaat voor. Het is een stof die onder andere wordt gebruikt om kunstmest van te maken. Grote machines graven het fosfaat uit de woestijn. 

Marokko trekt ieder jaar toeristen meer toeristen. Vakantiegangers genieten in dit prachtige land van het zonnige weer, de zandstranden, de historische steden, de ruige bergen en de vriendelijke mensen. De meeste toeristen komen voor de zon en het strand.

Weinig mensen weten dat je in Marokko ook voor een wintersportvakantie terecht kunt. In het Atlasgebergte ligt in de winter voldoende sneeuw om te skiën en te langlaufen. Er zijn skiliften en prima hotels.Het is alleen wat minder luxe dan in Oostenrijk en Zwitserland. Voor een arm land als Marokko is toerisme heel belangrijk. 

 

Vakantiegangers geven namelijk veel geld uit. Ze bezorgen heel wat Marokkanen een baan. Hotels,restaurants en winkels hebben immers personeel nodig. Bijna de helft van de Marokkanen behoort tot het berbervolk. Berbers stammen af van de oorspronkelijke bewoners van Marokko. Ze hebben hun eigen taal, literatuur en muziek. De Arabieren vormen in Marokko de grootste groep. Toch hebben zij niet altijd in dit land gewoond. Ze kwamen in de zevende eeuw(600-700) vanuit Arabië naar Marokko om de bevolking tot de islam te bekeren. De Berbers hebben de Arabieren eeuwenlang als indringers beschouwd. Ze konden het slecht met elkaar vinden. Dat is inmiddels voorbij. Arabieren en Berbers hebben al meer dan duizend jaar dezelfde godsdienst, cultuur en geschiedenis. 

In de bergen wonen nomaden. Zij trekken met hun kudden schapen of geiten van de ene plek naar de andere en hebben geen vaste woonplaats. Ze trekken verder als er voor hun dieren niet genoeg voedsel meer is. Nomaden wonen in tenten. Dat is makkelijk wanneer je steeds moet verhuizen. In het voorjaar trekken ze met hun kudde naar de malse bergweiden hoog in het Atlasgebergte. Ze blijven daar tot het einde van de zomer. Voor de winter aanbreekt, dalen ze met hun dieren af naar de kust. Er zijn niet meer zoveel nomaden als vroeger.

De officiële schrijftaal is het Arabisch.

Arabisch

De gesproken taal verschilt in vele opzichten van het standaard Arabisch afwijkende Marokkaanse Arabisch, dat door 60% van de bevolking gesproken wordt. 30 tot 40% spreekt het aan het Oud-Egyptisch verwante Berbers. Frans heeft als tweede taal steeds een belangrijke plaats behouden in het openbare leven. Verder wordt er in het voormalig Spaanse noorden nog Spaans gesproken.